Inruilen van de ene pensioensoort in de andere is complex. Het is appels met peren vergelijken. Je ruilt immers een direct ingaand pensioen (ouderdomspensioen) in voor een pensioen (partnerpensioen) dat alleen wordt uitgekeerd indien de gepensioneerde eerder overlijdt dan de partner. Daarbij is de verwachte uitkeringsduur van het ouderdomspensioen (van pensioendatum tot overlijden) veel langer dan dat van het partnerpensioen (van overlijden van de gepensioneerde tot overlijden van diens partner). Daarom is op basis van overlevingstabellen een inruilfactor bepaald. Je vindt die in bijlage 7 van het pensioenreglement. Het komt er in het kort op neer dat je voor iedere euro in te ruilen partnerpensioen ongeveer € 0,15 direct ingaand ouderdomspensioen terugkrijgt. Andersom geldt dat je voor € 1 ouderdomspensioen € 6,48 partnerpensioen terugkrijgt.
