Keuzes over partnerpensioen

Als je na je uitdiensttreding niet hebt gekozen voor waardeoverdracht heb je nog altijd recht op pensioen via Pensioenfonds UWV. Je hebt gedurende je loopbaan bij UWV via de pensioenregeling bij Pensioenfonds UWV ouderdomspensioen voor jezelf opgebouwd. Daarnaast heb je – of je nu wel of geen partner had tijdens je dienstverband bij UWV – ook partnerpensioen opgebouwd. Partnerpensioen wordt uitgekeerd aan je eventuele achterblijvende partner indien je na de pensioendatum komt te overlijden.

Hoger ouderdomspensioen in ruil voor partnerpensioen

Je hebt dus partnerpensioen opgebouwd. Maar als je op de pensioendatum geen partner hebt, of je partner zelf voldoende pensioeninkomen heeft, is partnerpensioen wellicht niet nodig. Op de pensioendatum heb je daarom de keuze om het partnerpensioen geheel of gedeeltelijk om te zetten in een hoger ouderdomspensioen voor jezelf. Als je voor de volledige inruil van partnerpensioen hebt gekozen, vervalt dus het recht op partnerpensioen geheel. Bij gedeeltelijke inruil vervalt het partnerpensioen naar rato. Als je een partner hebt en je kiest voor (gedeeltelijke) inruil van het partnerpensioen voor een hoger ouderdomspensioen, is schriftelijke instemming van je partner nodig.

Hoger partnerpensioen kan ook

Ook bestaat de mogelijkheid om een deel van je ouderdomspensioen in te ruilen voor een hoger partnerpensioen.

Wat levert inruil op?

Inruilen van de ene pensioensoort in de andere is complex. Het is appels met peren vergelijken. Je ruilt immers een direct ingaand pensioen (ouderdomspensioen) in voor een pensioen (partnerpensioen) dat alleen wordt uitgekeerd indien de gepensioneerde eerder overlijdt dan de partner. Daarbij is de verwachte uitkeringsduur van het ouderdomspensioen (van pensioendatum tot overlijden) veel langer dan dat van het partnerpensioen (van overlijden van de gepensioneerde tot overlijden van diens partner). Daarom is op basis van overlevingstabellen een inruilfactor bepaald. Je vindt die in bijlage 7 van het pensioenreglement. Het komt er in het kort op neer dat je voor iedere euro in te ruilen partnerpensioen ongeveer € 0,15 direct ingaand ouderdomspensioen terugkrijgt. Andersom geldt dat je voor € 1 ouderdomspensioen € 6,48 partnerpensioen terugkrijgt.