Zodra je de pensioengerechtigde leeftijd hebt bereikt, bestaat je inkomen uit de AOW-uitkering van de overheid en het ouderdomspensioen dat je hebt opgebouwd bij UWV en eventuele andere werkgevers. Mogelijk heb je daarnaast op eigen initiatief nog gezorgd voor aanvullende inkomsten, bijvoorbeeld via Individueel Pensioenbeleggen.
De AOW-uitkering ontvang je via de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Een half jaar voordat je de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt, stuurt de SVB je automatisch een aanvraagformulier voor een AOW-uitkering. Lees meer over de AOW.
Je ouderdomspensioen gaat reglementair in op 65-jarige leeftijd. Maar je hebt het moment waarop je daadwerkelijk met pensioen gaat deels zelf in de hand. Je mag eerder (vanaf 55 jaar of vanaf 60 jaar in deeltijd) stoppen met werken. Je leest er meer over in het onderdeel Eerder met pensioen.
Naast de leeftijd waarop je stopt met werken, heb je een aantal andere pensioenkeuzes te maken. Hierover lees je in het onderdeel keuzes over partnerpensioen en hoog/laag pensioen.